Column

Pieter Derks

Affiche

De Nijmeegse cabaretier Pieter Derks verzorgt op de dagen voorafgaand aan elke wandeldag voor een column over de route van de komende dag. Deze is zowel te beluisteren op 4daagseradio als op internet terug te lezen.

www.pieterderks.nl

 

 

 

 

 

Vierdaagse dag 1

Hoeveel mensen er ook meelopen in de Vierdaagse, er is altijd ééntje die voorop loopt. De stiekeme snelwandelaar die al jaren meedoet, de route uit zijn hoofd kent en blindelings én in sneltreinvaart door dorpen loopt waar de toeschouwers nog wakker moeten worden, de plaatselijke fanfares hun instrumenten nog moeten stemmen en de burgemeester nog op zoek is naar zijn ketting. Die vroege vogel moet op de eerste dag heel goed opletten, want de route mag dan hetzelfde zijn, nergens verandert de omgeving zó snel als boven de Waal. In een jaar kan er zomaar een nieuwe Lentse woonwijk uit de grond zijn gestampt, of een dijk zijn teruggelegd, of een nieuwe brug over de Waal gebouwd, en de snelle loper kan zomaar verdwalen in de strak getrokken straten van Nijmegen-Noord. Vroeger verliet je de stad zodra je de brug opliep, om vervolgens door aardige dorpjes en uitgestrekte appelboomgaarden te wandelen, maar als het in dit tempo zo doorgaat met de uitbreiding van Nijmegen komt er ooit nog een dag dat de hele route zich binnen de gemeentegrenzen afspeelt. Zelfs de 50 kilometer, die door Arnhem komt – zou natuurlijk te gek zijn, als voor het Gelredome ooit nog een bord zou komen te staan met “Nijmegen-Noord” erop. Dat Nijmegen mag beschikken over het stadion dat zichzelf ‘het grootste theater van Nederland noemt’, en terecht, want elke week doen daar elf geel-zwart geklede acteurs heel hard hun best om te spelen dat ze kunnen voetballen.

Hoe dan ook, Nijmegen mag dan steeds meer land boven de Waal veroveren, vandaag is het de dag van Elst, het kleine dorp dat dapper weerstand blijft bieden aan de Nijmeegse overheersers. Maar let u onderweg ook even op Bemmel, nog altijd onafhankelijk, maar sinds ze daar een parkeergarage hebben gebouwd waarvan de uitgang een halve meter boven de weg uitstak, waardoor geen auto naar binnen kon, gaan er steeds meer stemmen op om ook dat onder Nijmeegs gezag te plaatsen.

Ik wil maar zeggen: let op waar je loopt, vroege vogels, maar misschien hoef ik me daar niet al teveel zorgen over te maken. Want op deze route leiden uiteindelijk alle wegen naar Nijmegen.

 

Vierdaagse dag 2

De woensdag wordt altijd aangeduid als de Dag van Wijchen. Maar de echte beproeving zit ‘m volgens veel lopers in het volgens hun saaiste dorp op deze toch al saaiste wandeldag van de week: Beuningen. Nou ben ik toevallig in Beuningen opgegroeid, en in Wijchen geboren, dus je zou dit mijn dag kunnen noemen, en ik voel me toch geroepen het beeld een beetje bij te stellen. Er zijn wel degelijk prachtige plekjes te vinden in Beuningen. De uiterwaarden langs de Waal, de dijk, de weilanden, de boomgaarden daar omheen, de oude boerderijen, daar ben ik als scholier op weg naar huis regelmatig voor omgefietst. Het enige probleem is dat de route dwars door het centrum gaat, langs Sporthal de Tinnegieter en Zwembad de Plons – dan weet je het wel. Daar wordt geen wandelaar warm van.

Maar om er toch nog een beetje een spannende dag van te maken kan ik lopers wel iets adviseren: zwaai nog één keer enthousiast naar Huib Zijlmans, al 25 jaar de burgemeester, en dit jaar voor het laatst in functie tijdens de Vierdaagse. Ik weet niet of hij zelf meeloopt dit jaar, ik vermoed van niet, want hij is natuurlijk niet zomaar de langstzittende burgemeester van Nederland geworden. Maar deze raspoliticus wordt omschreven als de Berlusconi van de Lage Landen. Hele weekenden heb ik als puber dan ook op de fiets doorgebracht, van schuur naar schuur, zoekend naar de plek waar Huib zijn bunga-bunga-feestjes hield. Helaas: ik heb ze nooit gevonden. Voor mij geen wilde orgies - ik moest het doen met een beetje friemelen achter dorpshuis de Lèghe Polder. Godzijdank niet op de route.

Desondanks schijnt de burgemeester wel degelijk Italiaanse trekjes te hebben. Er waren wat affaires, en rechtszaken, en klokkenluiders, en doofpotten, en volgens de burgemeester hebben die ertoe geleid dat hij nooit carrière heeft gemaakt bij een grotere gemeente of als Eerste Kamerlid. Hij had zelf dus eigenlijk ook weggewild, uit Beuningen. Ik zag een tv-uitzending van Wakker Nederland bij zijn 25-jarig jubileum, en toen ze hem vroegen naar het mooiste stukje Beuningen ging hij op het Thorbeckeplein staan, op de plek van het vierdaagspodium. Het was februari, winderig, koud, maar straks, zei de burgemeester, komen hier 44000 wandelaars langs, en dan staat het hele plein vol met mensen.

Dus zwaai naar die man, lach hem toe, wens hem geluk, en plaats uw eigen leed in perspectief: want wat voor u de saaiste dag is, is voor de burgemeester van Beuningen het hoogtepunt van 25 jaar werken.

 

Vierdaagse dag 3

Naast de gebruikelijke uitrusting van een wandelaar (goed paar schoenen, luchtige kleding, veldflesje kruidenbitter) moet er op donderdag een extra accessoire worden ingepakt: een zakwoordenboekje Gruusbeks-ABN.

Nou is Nijmegen qua taal sowieso al een verwarrende plek. Dat komt door Frank Boeijen. Iedereen weet dat hij uit Nijmegen komt, en gaat er dus vanuit dat wat hij praat dan ook wel Nijmeegs zal zijn. De rest van Nederland denkt dus dat er hier een zacht en warm soort Limburgs wordt gesproken – terwijl het échte Nijmeegs toch een beetje anders klinkt. Al denk ik wel dat het een goede keus van Boeijen is geweest om niet in plat Nimweegs te zingen, want of “denk nie wit, denk nie swert, maar alleen in de kleur vaj-je hert” ook een hit was geworden is natuurlijk nog maar de vraag.

In elk geval is de verwarring rond Boeijen en Nijmegen tekenend voor de taal van deze streek: alle invloeden zijn hoorbaar. Brabant, Limburg, Duitsland, zelfs de Canadezen, hoewel die ten tijde van de bevrijding niet zozeer aan de taalontwikkeling alswel aan de bevolkingsgroei hebben bijgedragen. Hoe dan ook: van Wijchens tot Bemmels tot Cuijks, het klinkt allemaal weer nét even anders. En de meest bizarre eend in de bijt is het toch altijd al eigenwijze Groesbeek. Gruusbek dus. Daar hebben ze niet alleen alle invloeden bij elkaar gegooid, ze hebben er daarna ook nog een hele eigen draai aan gegeven. Normaal gesproken kan ik van elk dialect uit deze regio wel wat maken, of in elk geval op de goeie momenten ja knikken en nee schudden, omdat ik uit de intonatie wel kan opmaken wat ze bedoelen. En als het echt niet lukt vraag ik gewoon “Wat zegt u? Kunt dat misschien nog eens herhalen?”, want daar is in Nijmegen één heel makkelijk woord voor: hè?!

Maar Gruusbekers zijn moeilijker, en niet alleen omdat ze ook een beetje mompelen. Ze hebben zelf gewoon woorden uitgevonden, die voor iedereen van buute onbegrijpelijk klinken. Dus mocht iemand onderweg beweren dat gej un vies kleed on hèt, zeg dan vriendelijk dankjewel, want hij bedoelt dus “mooie kleren”. Als u echt een vies kleed heeft, dan pakt een Groesbeker de huulbessem om dat kleed eens grondig te stofzuigen. Die zevenheuvelenweg lijkt mij morgen het probleem niet; de taalgrens, dáár gaan de uitvallers stranden. Op internet is een handige vertaalsite te vinden, al blijft er één probleem: de officiële spelling heeft meestal weinig te maken met hoe een Groesbeker iets uitspreekt. Dus ut zal mien beneeje hoeveel poesterige drummels de vuute verschendelesieren – en dan hoop ik maar dat dat op Groesbeeks leek. Ik wens u alle sterkte.

Vierdaagse dag 4

Het einde is in zicht, beste wandelaars. Morgen nog een stukje Brabant, en een stukje Limburg, en even langs de parenclub in Mook, en als dat allemaal achter de rug is begint de lange rechte weg richting de Via Gladiola. Langs de kant zitten de lokale inboorlingen die al weken geleden bankstellen en tuinstoelen in de berm hebben gepleurd, hopende dat er in de tussentijd niet een armlastige student met hun meubilair vandoor is gegaan. Voor Nijmegenaren, en ook voor Cuijkers en Maldenezen, is de Vierdaagse bepalend voor hun vakantieplannen: ofwel ze plannen alles er omheen, ofwel ze zorgen dat ze precies tijdens de intocht de stad ontvlucht zijn en op een camping in Frankrijk zitten, waarschijnlijk in de regen, en waarschijnlijk met een klein wereldontvangertje omdat ze het toch niet kunnen laten even te luisteren hoe het in Nijmegen gaat.

Voor de lokale bevolking is de Vierdaagseweek een hoogtepunt. Als u ze morgen allemaal toezwaait, denk dan ook even aan het zwarte gat waar deze stad morgen in zal vallen. Dat is diep. Heel diep. Als u nog energie over heeft, of nog een paar kilometer tekort komt voor een kruisje, kan ik een lange stadswandeling op zaterdagochtend van harte aanbevelen. Gewoon om het even te zien: de podia die in no-time worden afgebroken, eettentjes die in busjes worden geladen, pisbakken die worden opgehaald, verdwaalde feestgangers die onder een oliebollenkraam worden teruggevonden en met een aspirientje naar huis worden gestuurd. En dan: niks meer. Iedereen gaat op vakantie. De kroegen blijven leeg, omdat de thuisblijvers even geen druppel bier meer kunnen zien. De wedren is weer gewoon een parkeerplaats. Het contrast tussen de Vierdaagseweek en de leegte van de vakantieperiode daarna is enorm, en ik weet niet of het ooit gemeten is, maar ik het zou mij niet verbazen als de halve stad elk jaar opnieuw in een depressie schiet. Nijmegen is als een oude dame die eens per jaar een week door een jonge gespierde Adonis in de watten wordt gelegd – en net als ze eraan begint te wennen, vertrekt hij weer.

Dus eigenlijk is het morgen andersom. De wandelaars gaan de finish wel halen, als ze eenmaal op de Via Gladiola zijn. Wie de steun het hardste nodig hebben, zijn de mensen langs de kant. Dus juich ze toe, zwaai ze uit, sleep ze er doorheen, zorg dat ze de moed niet verliezen. Onthou gewoon één ding als u morgen over de streep komt: vier dagen wandelen is een fantastische prestatie. Maar 361 dagen wachten kan minstens net zo zwaar zijn.